

Door: Willem Richter
Sinds kort speel ik weer badminton. Dat is al heel lang een favoriet spelletje van mij. En nu ik sinds kort met pensioen ben (nee, bij Velomedi ga ik nog lekker door) heb ik de oude draad weer opgepakt. Wat minder leuk is: bij de tweede keer liep ik een zweepslag op. En dus ben ik even onthand en zit een tijdje met mijn linkerpoot omhoog. Gelukkig nemen mijn collega’s mijn diensten over.
Zoals je wellicht in mijn blogs gemerkt hebt vind ik het leuk een beetje met taal te spelen. Woordspelingen, uitdrukkingen en wat dies meer zij zijn aan mij wel besteed. En als je zo met je poot omhoog zit en dubt over je volgende blog komt er van het een het ander. Van poot naar been naar “ergens geen been in zien”. Rare uitdrukking, eigenlijk. Als je ergens geen been in ziet heb je er geen bezwaar tegen. Betekent dus dat je het dan juist wel ziet zitten. De Belgen zeggen “ergens geen graten in vinden”. Vind ik leuker.
In mijn geval zie ik geen been in een snel herstel (ook geen graten, trouwens), maar krijg ik het ondertussen op mijn heupen. Ik gooi mijn kont tegen de krib omdat het zo lang duurt. Maar ja, ik heb geen poot om op te staan en ik krijg ook al geen poot aan de grond. Al liep ik op mijn achterste benen. Dus hink ik op één been (en één gedachte) en hoop ik maar dat ik niet met het verkeerde been uit bed stap. Of dat ik met één been in zeven sloten tegelijk loop. Omdat ik voor niemand een blok aan het been wil zijn houdt alleen gauw beter worden mij op de been. Ik zet letterlijk mijn beste beentje voor. Met lood in de schoenen houd ik mijn poot stijf en spring ik binnenkort hopelijk weer een gat in de lucht. Om mij staande te houden zijn er nog dingen die ik onder de knie moet krijgen. Ik sta met beide benen op de grond en laat niet over me heen lopen. Want daar kan ik niet mee uit de voeten; dat zou tegen mijn zere been zijn. Ik snap dat anderen niet graag in mijn schoenen staan. Dat dat iemand de schrik in de benen doet slaan, maar ik ben met handen en voeten gebonden. En zo hoop ik maar binnenkort weer op mijn fiets te springen.