

Door: Stefan van Oorschot
Het zijn de alledaagse, fysieke dingen die je kunnen vertellen of er iemand thuis is. Een scootmobiel voor de deur, een rollator in de gang, een nog natte paraplu in de hal: signalen die iedere fietskoerier zal herkennen. Ben je wat verder gevorderd dan gaat het metafysische een rol meespelen. Je voelt dan, je wéét gewoon: er is iemand thuis!
Die dag bel ik aan op een adres waar ik al vaak een brievenbuspakketje heb afgeleverd. Ik vind het leuk om nu eindelijk te weten te komen wie er op dit adres woont. De gordijnen zijn dicht, alle lichten zijn uit, maar iets zegt me dat er toch iemand thuis is. Na twee keer vergeefs aanbellen besluit ik daarom op het raam van de woonkamer te kloppen. Rustige, duidelijke, niet te snelle, niet te langzame series van drie klopjes.
Na twee van die series gaat boven een raam open. Er komt een man tevoorschijn, gekleed in een ouderwets wit hemd. Je weet wel, zo’n jaren ’50 hemd, anno nu alleen nog maar gedragen door echt oude mannen. Grappig dat deze relatief jonge man zo’n hemd draagt. De man vertelt me dat hij op dit moment niet naar beneden kan komen, maar natuurlijk wel graag zijn medicatie wil hebben. Ik voel dat in het pakketje een doosje zit, te groot voor de brievenbus, maar in ieder geval niet breekbaar.
We overleggen even met elkaar en besluiten over te gaan op luchtpost. Dat valt nog niet mee, het pakketje is niet echt zwaar en ik probeer ook te voorzichtig te gooien. Maar na vier pogingen weet de man het pakketje te vangen. Hij lacht. Ik lach. We voelen alle twee even verbinding. Zijn dag is goed, mijn dag is goed. Contact!