

Door: Stefan van Oorschot
In onze maatschappij heeft de uitdrukking ‘ingesleten’ een negatieve betekenis. Een ‘ingesleten gewoonte’ bijvoorbeeld is bijna altijd iets waar je (meestal volgens anderen) vanaf zou moeten. Maar sinds kort heeft ‘ingesleten’ voor mij een heel nieuwe betekenis gekregen en daarom wil ik hier een lans breken voor deze uitdrukking.
De meeste fietsers onder ons hebben het vast meerdere malen meegemaakt: een fietsenmaker die zeer beslist het advies geeft om niet alleen de ketting, maar ook meteen alle tandwielen van je fiets te vervangen. Of andersom natuurlijk: bij het vervangen van je tandwielen hoort een nieuwe ketting. Altijd met het argument dat het één nu eenmaal ingesleten is op het ander. Het gaat er mij nu even niet om of die fietsenmakers wel-of-geen gelijk hebben. Waar het me wel om gaat: hoe mooi is het als onderdelen op elkaar inslijten. Alsof het levende wezens zijn die elkaar steeds beter begrijpen. Een ketting en een tandwiel die perfect op elkaar ingesleten raken: pure romantiek wat mij betreft (ok, ok, ik draaf nu misschien een beetje door, maar jullie snappen wat ik bedoel).
Enfin, alle romantiek op een stokje: die dinsdag krijgt de uitdrukking ‘ingesleten’ voor mij een nieuwe dimensie. Dat zit zo: ik doe mijn bezorgdienst die dag voor de eerste keer op een splinternieuwe ‘Stevens’ fiets, die ik de zaterdag ervoor heb gekocht. Die nieuwe Stevens is helemaal top: het frame is waanzinnig stijf (even stijf als mijn oude, trouwe Giant Expedition) en ook verder is alles beter aan deze fiets. Het schakelen bijvoorbeeld gaat soepeler en de remmen zijn ongelofelijk (schijfremmen, wat een verbetering is dat!). Toch gaat mijn dienst langzamer. Een flink stuk langzamer zelfs. Ik probeer nog tijdens m’n ronde te analyseren wat er aan de hand zou kunnen zijn. Ben ik onbewust zuiniger op deze nieuwe fiets of is het misschien een ander schakel-regime waar ik aan moet wennen (m’n Giant heeft 3 ‘messen’ voor, de Stevens heeft er voor maar twee).
Tijdens mijn dienst raak ik bovendien twee keer met mijn trapper het wegdek, iets wat me met m’n oude Giant echt nooit overkomt (later meet ik de trappers na, en dan blijken de trappers van m’n nieuwe fiets een volle centimeter hoger boven het wegdek uit te komen, ja, hoger dus, echt heel gek dat ik dan toch het wegdek raak). Ten slotte het meest vervelende: tegen het einde van m’n ronde voel ik pijn in m’n knieën, iets wat ik bij m’n Giant nooit voel.
Na enig nadenken kom ik tot de conclusie dat het blijkbaar zo is dat ook een mens en een fiets op elkaar in moeten slijten. Zou dat kunnen? Zou het kunnen dat mijn lichaam zich na een jaar of tien heeft ‘gezet’ naar mijn oude trouwe Giant?
Die vrijdag neem ik een dienst van iemand over. Omdat ik daar eigenlijk geen tijd voor heb (het moet tussendoor) en ik dus bij voorbaat al in tijdnood zit, pak ik m’n oude Giant. De nieuwe Stevens blijft achter in de garage. Toch voel ik onderweg dat 2026 hoe dan ook het jaar van de Stevens fiets gaat worden, als we maar wat meer op elkaar ingesleten raken. En nee, in 2026 hoeft ‘ingesleten’ wat mij betreft nu niet meteen ‘woord-van-het-jaar’ te worden. Wel hoop ik dat ik heb bijgedragen aan een wat minder negatieve bijklank.
Want zeg nou zelf: ‘ingesleten’ verdient zoveel beter!